Alle kamervragen en antwoorden daarop in kaart gebracht

68
dagen wachtend op antwoord

Het nut van onderwijsovereenkomsten in het mbo


2017Z13598

Vragen van het lid zdil (GroenLinks) aan de minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap over Het nut van onderwijsovereenkomsten in het
mbo. (ingezonden 11 oktober 2017)

1
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek De waarde van de
onderwijsovereenkomst in het mbo? 1)

2
Waarom is het middelbaar beroepsonderwijsde enige onderwijssector met de
wettelijke verplichting tot een schriftelijke onderwijsovereenkomst tussen
de instelling en de student? Vindt u dit gerechtvaardigd? Zo ja, vindt u
dat er ook een wettelijke verplichting tot een onderwijsovereenkomst moet
komen in het hoger onderwijs?

3
Deelt u de mening van de opstellers van het voornoemde rapport dat de
onderwijsovereenkomst geen toegevoegde waarde heeft? Zo nee, waarom niet?

4
Bent u van mening dat de administratieve last voor instellingen die de
onderwijsovereenkomst met zich mee brengt onevenredig groot is, vooral
gezien het gebrek aan toegevoegde waarde van deze overeenkomst? Zo nee,
waarom niet?

5
Wat is de laatste stand van zaken inzake de uitvoering van de motie-zdil,
waarin wordt verzocht in het dooru toegezegde onderzoek naar het nut van
onderwijsovereenkomsten ook aanbevelingen te doen voor het versterken van
de rechtspositie van studenten?2)

6
Heeft het genoemde VU-onderzoek gevolgen voor uw onderzoek naar het nut van
de onderwijsovereenkomst? Zo ja, welke?

7
Is het mogelijk om de onderwijsovereenkomst af te schaffen en de algemene
rechten en plichten van studenten in het mbo in de Wet educatie en
beroepsonderwijs (WEB) op te nemen om via deze weg de rechtspositie van
studenten te versterken? Zo nee, waarom niet?

8
Kunt u de antwoorden op deze vragen voor de begrotingsbehandeling van OCW
naar de Kamer sturen?

1) http://mbo-today.nl/wp-content/uploads/2017/10/De-waarde-van-de-
onderwijsovereenkomst.pdf; Verkenning door de Kenniskring onderwijsrecht
beroepsonderwijs van de Vrije Universiteit Amsterdam
2) Kamerstuk 31 524, nr. 318
  • Ingediend: 11-10-2017